Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
ï
\
33
DE MANNETJES NACHTEGAAL.
(Mei een plaatje.)
De winter was voorbij. De sneeuw, waarover nog kort ge-
leden de sleedjes in snellen vaart henen vlogen, scheen in éénen
nacht weggeveegd te zijn. Het ijs in de vaart, waarop dui-
zende schaatskrassen getrokken waren, was gaan scheuren en,
nadat de jongens nog wat over de schotsen hadden gespron-
gen, in de diepte weggezonken. Dit alles had, onder het be-
stuur van den grooten werkmeester in de natuur, de lieve zon
gedaan. Als die in 't vroege voorjaar bevel krijgt om hare
verwarmende stralen als vurige pijlen op de aarde neer te
schieten , dan staat er niets voor. Tot spijt van alle ooste-
windjes smelt alles wat los en vast is, zoowel de ruige en
zachte sneeuwvlok als de harde en gladde ijskorst.
»Dat zonnetje doet ons goed!" zeiden de sneeuwklokjes en
de primulaverissen. En dit gevoelen werd ook omhelsd door
eenige krokussen, die, brutaal en vermetel genoeg, het hoofd
uit den nog kouden grond staken, op het gevaar af van in
een enkel uur door de nachtvorst al haar glans te verliezen.
De knoppen aan de takken van de boomen werden hoe lan-
ger zoo dikker. Langzamerhand kwamen de blaadjes naar bui-
ten kijken , om weer weg te kruipen achter de witte bloempjes ,
op de plaats, waar later de lekkere kersen, de pruimen en de
peren zouden zitten.
Toen de lucht nog zachter en de dagen wat langer werden ,
begon de tijd van het schoonmaken, eu waar men het bedden-
goed en ander huisraad naar buiten bracht, oni alles eens goed
1870. IL 3