Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
Leentje in last om met hare boeken op de slaapkamer te komen
zitten, dan kon ze Anna om het uur ingeven en haar aan een
en auder helpen ! — Kato kon ze niet voor dat werk gebruiken ,
die was veel te wild en te woest,
Toen 't scliool aan was zat Leentje in het ziekenvertrek met
haar schoolwerk voor zich.
Op dp klok af gaf ze Anna in en telkens vraagde ze of ze
ook wat noodig had! Mevrouw kwam ook van tijd tot tijd
zoo eens kijken, doch kreeg, even als Jjeentje, op haar vraag:
//wil je soms wat hebben?" ten antwoord: „dank u!"
's Middags zat Leentje er weer, en toen de pendule drie uur
sloeg, ging ze met de medicijnen naar 't bed van Anna.
Nadat deze ze ingenomen had, wilde Leentje de dekens een
weinig terecht leggen, en onderwijl ze hiermee bezig was,
raakte ze Auna's hand aan.
Nauwelijks had Anna dat gevoeld of ze greep die hand
beet en keek toen met hare dikgeweende oogen Leentje zóó
droevig en zoo lang aan, dat Leentje voelde, dat haar eigen
oogen ook vochtig werden.
Eensklaps kwam de gedachte bij h;iar op: //Zou Anna zoo
naar er aan toe zijn, omdat ik gisteren haar niet heb willen
vergeven ?"
Het was of ze in Anna's oogen las, dat het daarom was.
Toen Leentje dit bemerkte, kon ze zich ook niet langer be-
dwingen en zich over het ledikant bukkende, riep ze al
schreiende:
//Goede Anna! lieve Anna! ik ben niet boos," en om te
toonen dat ze het meende wat ze zei, gaf zij haar de duizend
kusjes, die ze 's nachts al had willen geven, als de valsche
schaamte haar maar niet weerhouden had.
En Anna?
Och, ze sloeg hare klamme armen om Leentjes hals en on-
der het teruggeven van de kusjes, riep ze: //Lieve, lieve Leen !
wil je 't me vergeven?"