Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
geen hinder van al zijn kwaad, hij slaapt gerust cn iii zijn
droomen zoiidt ge nog dikwijls een lach ona zijn mond zien
spelen. .Juist daarom zijn er zooveel slechte kinderen en slechte
nienschen op de wereld. Hensch, als iedereen des nachts niet
slapen kon en bang was omdat hij over dag iets deed dat
slecht vvas, er zou vrij wat minder kwaad gedaan worden, er
zoudru meer brave kinderen, meer brave menschen zijn; want
wie 's nachts niet slapen kan, omdat hij iets gedaan heeft, dat
niet goed is, die beeft een kwaad geweten, en uit een kwaad
geweten moet het berouw voortkomen. —
Toen de kinderen den anderen morgen opstonden waren de
slaapkameraadjes heelemaal van streek.
Leentje zag er nog meer dan gewoonlijk betrokken en on-
tevreden uit, en Anna had een paar kussens onder de oogen ,
ik weet niet hoe dik wel, en 't wit van de oogen zelf was rood.
//Schrikkelijk, lieve kind! wat scheelt er toch aan? Heb-je
geschreid?" vraagde mevrouw.
In plaats van antwoord te geven begon zij zoo hard te huilen
en zoo hevig te snikken, dat mevrouw niet wist wat te doen
om haar tot bedaren te krijgen.
//Weet u het ook, Leentje?" vraagde mevrouw.
,/Necn, tante!" was het antwoord. „Wel zijn we gisteren
knorrig op elkander geweest, maar daar is het niet van!"
/,Is er dan gisteren soms iets op school gebeurd; want nu
denk ik ook aan uw hoofdpijn! Als er wat is, zeg het dan
toch . lief kind \"
]\Iaar in plaats van antwoord kwamen er lioe langer zoo
meer tranen, en het snikken werd zóó krampachtig, dat de do-
mine , die er ook bij gekomen was, zijn Arnold terstond om
den geneesheer stnnrde.
Deze kwam weldra en, nadat hij haar den pols gevoeld had,
zei hij: //Dat meisjen heeft het erg op de zenuwen. Ik zal haar
wat voorschrijven en dan is stilte en rust noodzakelijk!"
Mevrouw kon niet altijd bij haar blijven en daarom kreeg