Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
Teii zeven ure kwam het gezelschap te huis, eu nadat ze
nog een boterhammeljen gegeten hadden, gingen de kinderen ,
naar bed.
Kato sliep alleen; en Anna en Leentje sliepen bij elkander.
Ze werden door mevrouw naar bed gebracht.
De jongens sliepen op eene andere kamer, en meneer bleef
er net zoolang bij, totdat ze allemaal in bed lagen.
Eerst werd er nog een poosjen gepraat en toen was het op
de jongenskamer stil.
Kato trok zich het gebeurde van dien dag al heel weinig
aan en sliep weldra als eene roos,
,/VVel te rusten, Leen!" zeide Anna.
Deze deed, alsof zij sliep, en gaf geen antwoord, en daarom
zeide Anna nog eens maar een weinig harder:
,/Wel te rusten, Leentje!"
Doch deze bleef zwijgen. Ze wilde eens, uiterlijk ten minste,
toonen dat haar onrecht was aangedaan. Inwendig evenwel
dacht ze heel anders, en als ze de inspraak van haar hartjen
gevolgd was, dan had ze Anna wel om den hals willen vlie-
gen en 'k weet niet hoeveel kusjes willen geven! Maar hier-
voor schaamde zij zich, dat stond zoo kinderachtig, dat was
zoo flauw!
Die valsche schaamte, die valsche schaamte!
Om u de waarheid te zeggen, ik geloof, dat Anna en Leentje
dien nacht al heel weinig sliepen. —
//Maar meneer! eer u verder gaat met vertellen, hoe kwam
het toch, dat juist de kinderen, die het meeste kwaad hadden
gedaan, sliepen als rozen, en die veel minder kwaad gedaan
hadden, konden niet slapen! Wij dachten, dat iedereen, die
kwaad gedaan heeft, nooit gerust slaapt!"
Dat weet ge, en mogelijk bij eigen ervaring, wel beier,
kinderen! Wie des daags kwaad gedaan heeft en naar bed
gaat, met de gedachte: /,van daag deed ik dit en morgen
zal ik dat doen," geloof me, die heeft des nachts volstrekt
' k