Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
fl O
i
(liiarom een «flauwe meid'* met wie niets :v:iu to Viuigen was.
Een kind is en blijft ren kind, zofxlat ze op het laatst ook
ojthield •;ul en hartelijk jegens de andere te zijn. Plagerij kon
ze volstrekt niet meer verdragen, ja, zo begon allengs te ge-
looven, dat ieder, die een goed woord tegen haar sprak, haar
voor den gek hield.
Dat was nu wel niet goed, 't is zoo; maar 't is toch maar
niet plezierig ook, als men altijd achteraan geschoven wordt.
Eens op een Woensdag-middag, het was op den eersten Mei,
had meneer gezegd: //Kinderen! ik moet een paar brievenschrij-
ven waarmede ik voor posttijd moet klaar zijn. Ik kan dus
moeielijk met u naar buiten gaan om te spelen. Ik hoop, dat
ge u ordelijk gedragen zult; want als ik zoo tusschenbeiden
eens door het raam kijk en ik zie u ruzie of zoo iets hebben,
dan moogfc ge geheel de week niet meer buiten spelen. Hebt
gc me begrepen ?"
Met deze woorden liet meneer hen van de leerkamer naar de
speelplaats gaan. Kato en Anna sprongen touwtjen — de jon-
gens klommen en klonterden in de touwen en palen, die op
het plein waren aang^ibracht, en Leentje liep alleen van het
eene hoekjen der plaats naar het andere en scheen zich meer
te vervelen dan te vermaken.
//Scheelt er wat aan, jonge jufvrouw! datu niet mede speelt?"
vroeg de tuinman, die bezig was de paden wat op te schoffelen.
//Ik ben zoo gauw moe, baas!" antwoordde zij.
//Hé, dat zou men toch niet aan u zeggen, u ziet er zoo ge-
zond uit!''
/rDan denk je zeker, dat ik mij maar zoo houd? Och ja,
net als de rest, ze zeggen het allemaal!" — zei ze snibbig.
//Wel neen, jonge jufvrouw! dat zeg ik niet." hervatte de
tuinman,//want daar heb-je mijn Anneko, die ziet er ook zoo
rood en blozend uit, dat men zoo maar een stuk uit hare wan-
gen zou bijten, en 't meisje is toch zoo zwakjes, och zoo
^wakjes,"