Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
ze haar een dik touw om het lijf , maakten dat vast aan een
ketting, die over eene katrol liep, en — trokken de pomp uit
den grond. Dat was haar nog niet gebeurd, zoolang ze pomp
geweest was. Geen wonder dus, dat zij, toen haar voet boven
den grond kwam, in onmacht viel. Aan den zuidkant van een
muur werd zij neergelegd. Den volgenden d^, — 't was in
Juni, — werd de pomp warm, heel warm; daardoor kwam zij weer
bij en nu begon ze over haren toestand na te denken.
#Ah! nu begrijp ik 't al,"—zoo sprak zij in zich zei ven, —
»waarom ik hier moet liggen; dat zal op raad van den pomp-
maker wezen, om mij geheel te doen herstellen van mijne kou-
vatting. 'k Zal vast eens geducht moeten zweeten, daar komt
het me wel naar voor; want ik begin reeds warm te worden tot
in mijn hart." Nauwlijks had de pomp geëindigd of, daar klonk
het: kriiits^ De pomp schreide; want zij gevoelde eene hevige pijn.
Toen de pijn wat bedaarde, beproefde zij of ze nog wel blazen
kon; maar wat zij ook deed, dat wilde niet meer.
^'t Mag wezen zoo als 't wil, —zuchtte de pomp, — /k lig
hier toch zeker voor mijne gezondheid en zal daarom maar ge-
duldig afwachten, de dingen, die komen zullen."
Vele dingen worden eene gewoonte en dit ondervond onze pomp
ook. Van de hitte had zij weldra geen last meer en bovendien
iïad ze 't genoegen, dagelijks allerlei grapjes en aardigheden te
kunnen hooren van drie kleine jongens, die op en bij de pomp
schippertje speelden. Lang, heel lang had de pomp daar bij den
muur gelegen , de tuinen waren al ledig en de appels reeds ge-
plukt, toen de jufvrouw op een morgen dicht bij de pomp met
een man stond te praten.
»Hoor eens, Jan!" — zei de jufvrouw,— *je moest van avond
reis zorgen, dat die oude pomp daar van daan komt; maak er
maar brandhout van."
,Wel, wel'" — dacht de pomp, — »brandhout worden! Wat
f