Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
ffWel/* — zoo begon een van hen,— «-die pomp wordt minder,
hoor! Men kanwel zien, dat ze al jaren gebruikt is.'*
^/Och, och!" — zuchtte de pomp, toen de heeren vertrokken
waren, — //zou 't waar zijn, dat ik zooveel minder werd, dat
elk dit zoo maar dadelijk zien kan ?" Dat zal dan zeker van dien
naren hoest komen, waaraan ik gedurig lijd. Nu, de gezondste
pomp moet ook wel kou vatten, als men eiken dag zooveel koud
water in de maag krijgt. Maar ik weet, wat ik doen zal. Eens
toen 'kzoo'n hoestbui had, heb 'k den pompmaker hooren zeggen:
ffZie, jufvrouw! dat komt daarvan: binnen in de pomp zit een
hart, en dat hart heeft eene klep, welke naar boven open gaat.
Bliift die klep open, dan maakt de pomp dat akelig geluid en
wil geen water geven." En — als het daaraan ligt, dan zal 'k
wel zorgen, dat ik van nu aan niet zoo vaak koud water in
mijne maag krijg, 'k Zal dan telkens, als er iemand bij mij komt
om water, mijn adem uitblazen."
Onze schrandere pomp liet het niet bij zeggen.
Toen 't Zaterdag was, kwam de meid om een emmer vol wa-
ter, maar de pomp zei: psss! en, hoe de meid zich ook weerde,
water kreeg ze niet.
„Die gekke, oude pomp'" — riep de meid verdrietig en ging
naar 't diep om water.
Telkens, als er weer iemand bij de pomp kwam en haar arm
aangreep. zei zij: ,psss!"
Dat kunstje beviel de pomp; want het kwam al gauw zoo
ver, dat zij geheel en al rust had. Zij was recht in haar nop-
jes, dat ze den pompmaker zoo goed b^repen had, en nu zoo'n
rustigen ouden dag beleven mocht.
Vele weken gingen er zoo stilletjes voorbij, maar op zekeren
Woensdag morgen kwamen er weer twee mannen bij de pomp;
zij hadden dikke touwen en kettingen bij zich. Wat die mannen
wilden ' Eerst groeven zij een gat om de pomp, daarna sloegen