Boekgegevens
Titel: Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Auteur: Bosman, J.M.H.; Charante, N.A. van; Duijs, P.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1871 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9991
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202459
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten), Kindergedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorreltjes, gestrooid in de harten van de lieve jeugd: bijdragen in proza en poëzie
Vorige scan Volgende scanScanned page
% H'ï'
opende zij eindelijk het tot hiertoe zoo heilig bewaarde kistje.
Ontroerd eu door den glans verblind sloot zij het weder en
ijlde daarmede de naaste straat in. Spoedig zag zij een venster
in het helderste licht stralen. Smaakvol waren de schoonste
gouden en zilveren voorwerpen uitgestald; zij opende de deur
en trad binnen.
,/Wilt gij mij dit sieraad ai'küopen?" vroeg zij den man die
achter de toonbank stond, terwijl zij het te voorschijn haalde
en hem toereikte.
De juwelier nam het in de hand en staarde verbaasd, nii
op het sieraad, dan op Jeannette's behoeftige kleeding. Ein -
delijk haalde hij een dagblad te voorschijn, zag daarin en be-
schouwde toen nauwkeurig het sieraad.
Nadat hij haar verzocht had plaats te nemen en een weinig
te wachten, riep hij een jongen en fluisterde hem iets in het
oor, waarop de knaap zich snel verwijderde. Jeannette zat,
zonder het geringste te vermoeden of verdenking op te vatten,
rustig daar neder, tot de knaap vergezeld van een gendarme
terugkeerde.
//Is zij dat?" vroeg de laatste op Jeannette wijzende.
//Ja," zeide de juwelier, „en hier is ook het vermelde sie-
raad, dat gisteren in de couranten als gestolen is aangeduid;
neem nu beide maar mede."
//Meisje!" zeide de gendarme tot Jeannette, »ik moet u
verzoeken mij te volgen."
//Wat wilt gij daarmede zeggen?" vroeg Jeannette, den
gendarme met vlammenden blik aanziende.
//Dat gij moet medegaan. Verzet u niet lang." Toen wilde
hij haar bij den arm nemen. Maar Jeannette stiet hem he-
vig terug.
,/Ik volg u," zeide zij trotsch, ,/maar waag het niet mij
aan te raken!"
Doodsbleek en toch op alles gevat wat komen zoude, stapte
zij nu naast den gendarme daarheen.