Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste der scholen, in het Koningrijk der Nederlanden
Auteur: Callegoed, N. van; Witlage, H.G.
Uitgave: Amsterdam: C.J. Borleffs, 1854
9e verb. dr
Opmerking: Tweede stukje. (Tiendeelige breuken)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9807
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202437
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste der scholen, in het Koningrijk der Nederlanden
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
13. Als men voor 7 Kilo en 4 Onsen Thee/17,76 Ct.
betaalt, hoeveel is dat het Kilo, als ook de Ons?
14. Indien 7 Erfgenamen 2560 Rijksdaalders moeten
deelen, hoeveel Guld. krijgt 'dan ieder?
15. Zes Personen nemen een Rijtuig aan voor
/ 34,50 Ct.; verteren op reis ƒ 24,60 Ct., en
geven den Voerman één Gulden 50 Ct. tot eene
fooi; hoeveel moet ieder betalen ?
16. Een Vader heeft drie Zoonen, wien hij ieder een'
nieuwen Jas laat maken, waartoe hij 6 Ellen 6
Palmen Laken , van acht' halve Guld. de El noo- •
dig heeft: zoo hij voor voering, maakloon, enz.
van iederen Jas / 8,25 moet betalen , wat kosten
dan de drie Jassen ?
17. Een Winkelier op een Dorp komt bij eenen Gros-■
sier in de Stad, en vraagt, hoeveel hij schuldig;
is. — „Zoo gij 20 Gouden Penningen geeft" zegt:
de Grossier, „zal ik die ^ ƒ9,77 Ct. rekenen,,
en ben te vreden." — „ Die heb ik niet," zeide
de Buitenman, „maar ik zal u nieuwe Rijksd.
geven." Hoeveel Zilveren Dukaten moet de Gros-
sier nu ontvangen?
18. Eene Meid krijgt elk vierendeeljaars aan loon
ƒ 10,50 Ct. Zoo zij nu, het eene Jaar door het
andere, ƒ 16,50 Ct. verval rekent, hoeveel heeft
zij dan jaarlijks ?
19. Zoo gezegde Meid elk Jaar voor hare kleeding,
enz. ƒ 25 noodig heeft, hoeveel kan zij dan in
8 Jaren overhouden ?
20. Jan kreeg van zijnen Vader voor eene Kermis-
gift 15 Stuivers, van zijnen Grootvader ƒ 1,40 Ct.,;
en van zijnen oudsten Broeder 62' Ct.: hiervanj
kocht hij 3 Landkaarten voor ƒ1,90 Ct; hoe-;
veel hield hij nog over?