Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page




12. Een getal f maal nemen beteekent .. ?
13. Hoeveel is: X 100? f X 12? X 25?
14. Hoeveel cA is: A? ^^^ A?
15. Vul in: 2 x | = ..; ^ X ^ = ^ X | = ...
16. Wat is meer: U X of ^ X |? Hoeveel is 2^ X
5^ X 3| X 12? 2^ X
17. Iemand had in November f HL steenkolen noodig, in
Januari maal zooveel. Hoeveel HL steenkolen had hij
noodig in Januari?
18. Welk deel van een koek is | van de helft van dien koek?
19. Hoeveel is: X V? f X 6^? X ?
20. Iemand verliest ^ van de helft van zijn geld, waarna hij
nog f 70 over heeft. Hoeveel gulden heeft hij verloren?
21. Vul in: x 2| = .. ; 3^ x = ..; 3J x 10/, = ...
22. Hoeveel gulden moet iemand betalen voor 2^ M laken, als
elke meter / kost?
23. Hoeveel is: 2^ X 3^ X 5 X 3^ X H ?
24. Van welk getal is | juist evenveel als 7 maal het twaalfde
deel van 48?
25. Een voetganger legt elk uur gemiddeld 5^ KM af. Hoeveel
KM is dat in uur?
26. Wanneer ik van zeker getal 30 aftrek, is f van de rest 100.
Welk is dat getal?
27. Hoeveel dertigste deelen wordt de breuk | grooter, als ik
teller en noemer beide met 2 vermeerder?
28. Hoeveel gulden is 4^ rijksdaalder?
29. Als een knecht in 4i maand /'60i| verdient, hoeveel ver-
dient hij dan in 3^ X 4^ maand ?
30. Een koopman geeft van zijn geld uit: de helft en nog f
van de rest, waarna h|j nog f 12^ over heeft; wat is
van 't geld, dat hij eerst had ?