Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vermenigvuldiging en deeling van breuken.
§ 1-
1. Zooals ge weet, is 3 X 1§ = If + 1|- + Ij , niet waar?
Vul nu op dezelfde manier eens in : 4 X 3i = ..; 5 X ^ — ...
Doe dat ook eens met | X maar vergis u niet.
2. Als we in 't vervolg zeggen: ^ maal zal dat beteekenen:
I van of 3 keer { van 6^.
Vul nu in: | X | is hetzelfde als | van f of ;
3. Hoe schrjjft men anders: ^ van 100? van f van
13> ? (Zie Xo. 2.)
4. Beteekent X 12^ hetzelfde als 6 keer 12^^ met nog de
helft van 12^ ?
5. Wat zou men anders kunnen schrijven voor 5X2^ met
nog 3 van 2i ? (Zie No. 4.)
6. Wat beteekent: X 8? SJ X ?
7. Is: ^ X 11 = 3 X V = ^ ^ ^^ = Bi? Vul in:
ix9 = ..; yVX 17 = ..; f X 6 = ...
8. Wat beteekent de uitdrukking: „A heeft J maal zooveel
geld: als B?"
9. Als ijs j®^ maal zoo zwaar is als water, hoeveel KG wegen
dan 50 dM^ ijs?
10. Vereenvoudig zooveel mogeljjk :
2X3 2 X 5 _ 6 X 8 7X9 2X3 12 X 25
2X5' 4X7 ' 56 ' ' 4X6' 18 X 25 '
11. Als A f 500 bezit, en B | maal zooveel heeft als A, hoe-
veel gulden bezit B dan ?