Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
een onderwijzer niet zelden een onmogelijk aantal leerlingen en daardoor
dikwijls een onmogelijk aantal verschillende afdeelingen voor zijne rekening
heeft.
Ten slotte zij nog vermeld, dat de „Rekenschool" met dit zevendestukje
compleet is. Als ^t gros der leerlingen, die de volksschool verlaten, dit
zevende stukje goe^i kent, kan men, naar mijn oordeel, zeer tevreden zijn.
Of dit stukje dan ook misschien te zwaar is voor 't meerendeel der lagere
scholen? Ik geloof het niet. Mij althans zijn verschillende scholen bekend,
•waar de leerlingen der hoogste klasse dit stukje zeer goed kunnen hebben.
Bericht voor de yolgeiule drukken.
De 2e druk van dit stukje verschilt slechts in zooverre van den eersten,
dat §2 op drmgend verzoek van onderwijzers wat uitgebreid is,
terwijl enkele andere vraagstukken eene geringe wijziging ondergingen, —
Groote wijzigingen in een of anderen herdruk (tenzij gebiedend noodzakelijk)
zijn voor schoolgebruik minder wenschelijk.
Nogmaals meen ik te moeten herhalen, dat ongetwijfeld sommige vraag-
stukken vooraf met de leerlingen besproken dienen te worden. Gaarne on-
derschrijf ik het oordeel van den heer L. Beertema, als deze in eene
beoordeeling schrijft: „men meene niet, dat nu grootendeels het werk van
den kant des onderwijzers overbodig is. Er kan, dunkt me, niet genoeg op
gedrukt worden, dat de onderwijzer door 't wekken en bepalen der belang-
stelling, door velerlei aanschouwingsoefeningen en bespreking, eerst gloed
en leven moet geven aan de aangeboden stof." *
Zoo zal 'tb.v. naar mijne meening volstrekt noodig zijn, dat de onder-
wijzer, vóórdat de leerlingen met IJ 2 en 3 beginnen, de daarin behandelde
leerstof door verschillende middelen verteerbaar make, en zich vooral niet
haaste.
Ten slotte zij 't mij veroorloofd heeren ondei'wijzers opmerkzaam te maken
op 't profijt, dat men dikwijls trekken kan, door bij de oplossing van vraag-
stukken de onbekende door eene rechte lijn van bepaalde lengte voor te
stellen, enz.
W. H. Wisselink.