Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
2. Hoeveel honderdsten zjjn: 21,3 duizendsten-j- 0,089 hon-
derden + 5,68 tienden + 0,987 tienen ?
3. Iemand verkocht tarwe voor fl\ den HL en verloor daar-
door op elke 6 HL zooveel, als 1 HL bij wkoop kostte.
Wat zou de verkoop per HL moeten geweest zijn, om 10 %
te verdienen?
4. Hoeveel is: (2^ - t X 1^) : Q X 33 -f- i)?
5. Als het soortelijk gewicht van ijzer 7,8 is, hoeveel halve
KG weegt dan eene staaf ijzer, lang Ij M, breed 0,6 dM
en dik 2\ cM?
6. Onder A, B en C moet / 7500 zoo verdeeld worden, dat
B ƒ625 meer krijgt dan A, terwijl C /'1250 meer moet
hebben dan A en B samen. Hoeveel krijgt C meer dan B?
7. Eene som van / 24400 vraagt men onder 4 mannen en 5
vrouwen zoodanig te verdeelen, dat 2 mannen en 3 vrouwen
samen /13600 ontvangen.
8. P Q R
'-X-
A vertrekt uit P en B uit Q naar E, (zie de figuur), maar
A 24 minuten vóór B. Als A elke 2 uur 11 KM en B
elke 4 uur 19 KM aflegt, hoever van 't punt P zal A dan
B inhalen, indien PQ = 4450 M is?
9. Hoeveel is: 2^4- 0,8923 -1- 0,1127 — 1,695 gedeeld door
0,0103?
10. Ik kocht stuivers-postzegels; had ik voor hetzelfde geld twee-
cents-postzegels genomen, dan zou ik er 60 meer gekregen
hebben. Hoeveel stuivers-postzegels kocht ik?
11. Hoeveel niL water wegen evenveel als 100 guldens?
(l gulden weegt 1 DG.)
12. Vul in: 5 X (3^ — + + 3 X . . = 23-,'.j.
13. Druk (als eene tiendeelige breuk) in jaren uit: 7 maanden