Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het zevende stukje dezer Rekenschool bevat in:
§ 1 de „vermenigvuldiging", indien de vermenigvuldiger een gebroken
getal is.
§ ii en la 't berekenen van oppervlakken en inhouden, indien de af-
metingen geen geheele getallen zijn.
3 de „deeling", indien 't quotiënt een gebroken getal is.
§ 4 de onderwerpen, vermeld onder § 1—3, voor tiendeeligc breuken.
§ 5 gemengde opgaven over de breuken.
§ t) en 7 millioenen, enz.
§ 8 en 9 millioensten, enz.
§ -10 Romeinsche cijfers.
S 11—15 de „percent"-rekening.
§ lü—IS verhoudingen en gezelschaps-rekening.
§ 19 en 20 menging-rekening, gehalte, enz.
§ 21—27 gemengde vraagstukken.
Ofschoon uit deze inhoudsopgave schijnt te volgen, dat ik den leerlingen
dagen achtereen vraagstukken over eenzelfde onderwerp wil laten oplossen,
zijn onder elke rubriek ook verschillende andere vraagstukken ingelascht,
en is 't aantal vraagstukken over eenzelfde onderwerp betrekkelijk'f'/««, om,
daardoor ruimte te vinden voor „gemengde vraagstukken" (§5 en § 21—27,
samen 205 opgaven).
Bij ondervinding wetende, dat de kennis van 't „metriek stelsel" nog al
eens te wenschen overlaat, heb ik over dat onderwerp telkens een vraagstuk
ingelascht.
Daar 't zeer dikwijls de gewoonte van leerlingen is, niet altijd juist te
beantwoorden wat men hun vraagt (ook bij examens hoort men niet zelden
een examinandus toevoegen: „dat vraag ik u niet"), heb ik bij onder-
scheiden vraagstukken iets anders gevraagd dan wat de leerlingen verwacht-
ten: zie b.v. g 5 No. 4 , 26 , 38 , 39 , 47, enz.
Ongetwijfeld zullen sommige vraagstukken vooraf met de leerlingen bespro-
ken dienen te worden. Daardoor zal men dan tevens gelegenheid vinden,
verschillende vragen over eenzelfde onderwerp te doen (in den geest van § 17
No. 10, 12, enz.) en wordt den leerling indirect de weg aangeduid voorde
oplossing van „verwante" vraagstukken. Als eenmaal de nieuwe wet op
't lager onderwijs zal ingevoerd zijn, kan dat bespreken, dat n. m. i. thans
te weinig geschiedt, gemakkelijker plaats hebben dan op ditoogenblik, nu