Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
Gemengde Vraagstukken,
§ 21.
1. Hoeveel is 89763 -f 25695 meer dan 89763 — 25695 V
2. Twaalf jongens en 11 meisjes hebben 81 noten zoodanig te
verdoelen, dat 1 meisje en 1 jongen er samen 7 krijgen.
Hoeveel noten krijgt elk meisje ?
3. Vul in : 0,5 M = ... cM ; 0,05 KJVI = ... M;
0,06 DM = ... cM; -0,102 KM = ... d\I;
1,6 dM = ... M; 1,23 dM = ... DM.
4. Iemand verkoopt met 8 "/o verlies een paard voor f 460;
hoe duur had hij dat paard moeten verkoopen, om 8 te
winnen ?
5. Wat kost 1 KG suiker, als 1 KG 67.i cent meer kost dan
1 HG?
6. Wanneer ik het vierde deel van een getal met 3,7 + 2,9
vermeerder, krijg ik 26,6. Welk is dat getal?
7. Als ik 30 van zeker getal aftrek, dan is | van de rest 100;
welk is dat getal ?
8. Van 5 rijksdaalders gaf ik 3 kwartjes meer uit, dan ik
overhield. Hoeveel gulden gaf ik uit?
9. Als A zeker werk kan afmaken in 4 dagen, in hoeveel
dagen doet hij dan f van dat werk?
10. Vul in: 0,1 DL = ... L; 95 L=... HL;
123 cL = ... L; 1,03 L = ... DL;
1,23 dL = ... DL; 100 dL = ... HL.
11. A doet zeker werk in 3, B in 4 dagen. Als A eerst
(alleen) 1 dag werkt, hoe lang heeft B dan nog voor de
rest noodig ?