Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
5. Iemand moet betalen f 1000 over 6 en ƒ 800 over 9 maan-
den. Wanneer zal hij (zonder voor- of nadeel) die sommen
tegelijk kunnen voldoen?
6. Iemand wint op f van zijne waren 6 %, op de rest niets.
Hoeveel percent is dat gemiddeld op de geheele partij ?
7. Zeker werk kan door A in 6 en door B in 8 dagen afge-
werkt worden. Welk deel van 't werk doen A en B samen
in 1 dag? In hoeveel dagen zullen ze het samen kunnen
doen ?
8. Hoeveel DS is: 23,4 dS + 234 dM'?
9. Ik heb 20 geldstukken-, kwartjes en dubbeltjes, die samen
ƒ3,20 waard zijn. Hoeveel kwartjes heb ik?
10. Iemand wint op de helft van zijne waren 16^ doch ver-
liest van de andere helft \2\ Hoeveel percent kan hij
rekenen op de geheele partij' gewonnen te hebben?
11. Zes mannen kunnen een werk afmaken in 8 dagen; hetzelfde
kunnen 8 vrouwen in 10 dagen doen. In hoeveel dagen
kunnen 2 mannen en 2 vrouwen het werk doen ?
12. Iemand wil met 24 geldstukken, guldens en rijksdaalders,
f 54 betalen. Hoeveel moet hij van elk nemen ?
13. A koopt 400 KG van 22^ ets. de KG en nog 500 KG van
een anderen prijs. Beide partijen verkoopt hij met eene
gemiddelde winst van 10 % voor 274 ets. de KG. Wat is
de inkoop per KG van de laatste partij ?
14. Iemand heeft 10 L jenever van 90 en 15 L van 80 ets. den
L. Daarbij wil hij water voegen, opdat hij, het mengsel
voor 77 ets. verkoopende, 10 "/o winne. Hoeveel water moet
er bij ?
15. Iemand koopt eene partij eieren; de helft tegen 3 en de
rest tegen 4 voor een dubbeltje. Wat is de gemiddelde
prijs van elk ei ?