Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
/
38
10. Zekere som gelds wordt onder A en B zoodanig verdeeld,
dat A ƒ3 krijgt tegen B ƒ 5. Men vraagt:
1". Hoeveel maal 't aandeel van A op dat van B begrepen is.
2". Welk deel van de som 't aandeel van A is.
3®. Welk deel van de som B meer krijgt dan A.
4". Welk deel van 't aandeel van A, B meer krijgt dan A.
5°. Hoeveel maal 't verschil tusschen de aandeelen van A
en B begrepen is op 't aandeel van B.
11. Hoeveel KG wegen de volgende hoeveelheden zuiver water
samen: 0,09 HL, 0,04 dS, 23,4 dL , 4,56 DL, 12,5 dM»
en 0,0125 M''?
12. A, B en C deelen eene som gelds zoodanig, dat A ƒ 3,
tegen B ƒ 4, tegen C ƒ 5 ontvangt.
1". Welk deel van de som ontvangt A?
2°. Welk deel van de som ontvangt C meer dan A?
3®. Welk deel is 't geld van A van dat van B?
4". Welk deel is 't geld van A van de som van 't geld van
B en C?
13. In welke verhouding staat 2^ dS tot 20^ dM®?
14. Druk de verhouding van de getallen 100, 120 en 160 door
de kleinst mogelijke geheele getallen uit. Doe hetzelfde
met: 1800, 2400 en 3000; 210, 280 en 350.
15. A, B en C huren eene weide voor ƒ360. A laat daarin 2,
B 3 en C 4 koeien grazen. Hoeveel moet elk tot de huur
bijdragen?
18.
1. Drie personen verdoelen / 980 zoodanig, dat A 2-maal zoo-
veel ontvangt als B, en B weer 2-maal zooveel als C.
Hoeveel ontvangt A?