Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page

37
13. Als de «»ikoop tot den yerkoop staat als 10 tot 11, hoeveel
"/o is dan de winst?
14. Als een sneltrein 52^ KM en een gewone trein 35 KM per
uur aflegt, in welke verhouding staan dan hunne snelheden?
15. Had A ƒ 2 meer, dan zou zjjn geld tot dat van B staan als
8 tot 9. Als A /'30 heeft, hoeveel gulden heeft B dan?
§ 17-
1. Als A evenveel in 3 weken uitgeeft als B in 1 week, in
welke verhouding staan dan de wekelijksche uitgaven van
A tot die van B?
2. Als 5 KG varkensvleesch evenveel kosten als 4 KG rund-
vleesch , in welke verhouding staat dan de prijs van 1 KG
varkensvleesch tot dien van 1 KG rundvleesch?
3. Druk de volgende verhoudingen zoo eenvoudig mogelijk (in
geheele getallen) uit: J : g; 12 : 16J ; 0,25 : 0,275.
4 Als de zon om 4 uur 20 minuten opkomt, in welke verhou-
ding staat dan de lengte van den dag tot die van den nacht?
5. Vul in: 1 dL = .. dM®; 2,3 M» = .. dS;
0,2 dM3 .. DL; 2 dS = .. M^'.
6. Als 25 KG suiker evenveel kosten als 16 KG koffie, wat
kost dan 1 KG koffie, als 1 KG suiker 84 ets. kost?
7. Van f 1200 moet A zoo dikwjjls f 2 als B / 3 hebben.
Hoeveel ontvangt elk?
8. Twee jongens hadden samen 48 pruimen. Toen elk er 2
opgegeten had, stonden de aantallen pruimen tot elkaar als
5 tot 6. Hoeveel pruimen had elk eerst?
9. Van eene opgaande deeling staat het quotiënt tot den deeler
als 3 tot 5. Wat is het deeltal, als de deeler en het quo-
tiënt 50 verschillen ?