Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
91. Hoeveel gulden moet iemand tegen 4 percent op interest
uitzetten, om elk jaar maal zooveel rente te genieten als
een ander, die ƒ 4000 tegen 4} percent heeft uitstaan?
92. Als men zeker getal in 6 gelijke deelen verdeelt, is f van
elk deel 45 honderdsten. Welk is dat getal?
93. Van welk getal is (f Xevenveel als (f : "^'an 80?
94. In hoeveel maanden zal een kapitaal van f 2800 tegen
percent 'sjaars ƒ 47,25 rente opbrengen?
Van eene som gelds, die onder A, B en C verdeeld werd,
kreeg A 2-maal zooveel als B, en B weer 2-maal zooveel
als C. Welk deel van de som kreeg C minder dan A?
Iemand laat vleesch rooken, waardoor het \ in gewicht
verliest. Als hij daartoe 50 KG vleesch van f 1,20 koopt,
hoe duur komt dan dat vleesch na 't rooken?
Hoeveel is: 1,25 + 1,25 X — Ij X 1,25?
Iemand verteert elke maand /'150 en houdt elk jaar jJ^
van zijn (jaarlijksch) inkomen over. Wat is zijn jaarlijksch
inkomen ?
Hoeveel kan iemand van ƒ 15f uitgeven, opdat hij 2-maal
zooveel overhoude, als hij uitgegeven heeft?
A, B en C hebben samen / 37^. Als A /'2| meer dan B
en B weer ƒ 2^ meer heeft dan C, welk deel van de
(jeheele som heeft B dan?
95.
96.
97.
98.
99.
100.
Millioenen, millioensten, enz.
§ 6.
1 000 duizenden = 1 millioen = 1 000 000.
10 000 000 = 10 millioen, em.
Is 4 000 000 == 4 millioen ?