Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page

' 19
34. Hoeveel is: 3^ X X 11,2 X 1,5 X 4?
35. A en B spelen met elkaar. Bij 't begin van 't spel hadden
ze evenveel, maar na 't spel heeft A tweemaal zooveel als
B. Als A bij 't einde van 't spel ƒ 12J heeft, hoeveel gul-
den had dan elk vóór 't spel?
36. Hoeveel KG wegen de volgende hoeveelheden zuiver water
samen: 0,2 HL, 0,5 DL, 0,02 M» en 9 L?
37. Iemand verloor onderweg het vierde deel van zijn geld; hij
vond f 20,25 terug, maar miste nog f 20,50. Hoeveel gld.
had hij nog over?
38. Iemand legde in 3 dagen zekeren weg af, den eersten dag
van den geheelen weg, den tweeden 3 van de rest en
den derden 22,85 KM. Hoeveel M legde hij den tweeden
dag meer af dan den eersten ?
39. Een boekverkooper kocht 12 boeken voor f 0,80 het stuk,
doch kreeg nog één exemplaar op den koop toe. Als hij
al die boeken weer verkoopt voor f 0,90 het stuk, welk
deel is dan de winst van den inkoop?
40. Mijn broer is 3 jaren ouder dan ik. Als ik in 1846 gebo-
ren ben, in welk jaar zal mijn broer dan 54 jaar zijn?
41. Hoeveel G weegt 1 dL -t" cL zuiver water?
42. Welk deel van een etmaal is uur?
43. A en B wonen 31 KM van elkander en gaan elkaar (te gelijk)
te gemoet. Als A per uur 4^ KM en B 3J KM aflegt,
vraagt' men:
1°. hoeveel KM leggen ze samen in 1 uur af?
2°. na hoeveel uur zullen ze elkaar ontmoeten?
3°. welk deel van den weg heeft A bij de ontmoeting
afgelegd ?
44. Een broer en eene zuster erven samen ^ van eene er-
fenis; als de broer daarvan tweemaal zooveel krijgt als