Boekgegevens
Titel: Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Deel: 7e stukje: Gewone en tiendeelige breuken. "Percent"-, gezelschaps-rekening, enz
Auteur: Wisselink, W.H.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
10e, verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9655
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202402
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenschool: oefeningen voor het aanschouwelijk, uit het hoofd en schriftelijk rekenen
Vorige scan Volgende scanScanned page

14
28. Hoevee] gulden verdient een arbeider in ^ jaar, als hij in
4;V maand /" 182J verdient?
29. Welk deel is 4^ maand van een jaar ?
30. Welk deel van een gulden is 27^ cent?
31. Hoeveel is (2^ + 5^) X (5^ — 2^) meer dan
{2i + 5^) : (5^ - 2i) ?
§ 4.
1. Hoeveel is : X tV ? 0,2 x 0,3 ? 0,8 X 5 ? 0,8 xO.S ?
2. Als 1 M laken /'8,5 kost, wat kost dan 0,2 M laken?
3. Hoeveel is 0,6 x 9 meer dan 1,8 X 2,5 ?
4. Vermenigvuldig:
0,25 0,75 0,034 513
1,7 31,2 1,2 1,8
, . . , .. ,
5. Hoeveel is : 0,08 X 3 ? 1,23 X 6 ? 1,25 x 0,7 ?
6. Hoeveel 3P is een rechthoek, die 2,5 M lang en 0,64 31
breed is?
7. Als een bak van binnen 1,5 M lang, 1,2 M breed en 6 dM
diep is, hoeveel M' is dan de inhoud van dien bak?
8. Schrijf (in tiendeelige breuken) in HA : ^ HA 20.^ A.
9. Een bak is 1,2 M lang, 0,8 M breed en 0,75 M diep.
Hoeveel HL water kan daarin ?
10. Hoeveel is 1,22 + 2,5 meer dan 1,23 x 2,5 ?
11. Hoeveel is: : tu ? Schrijf in tiendeelige breuken, hoe-
veel 0,1: 0,2; 0,4 : 0,5 is.
12. Deel 0,04 door 0,8; 8,5 door 2,5 ; 5,28 door 0,24.
13. Wat is 0,8 van 0,25 HL?
14. Wat kunt gij anders zeggen voor deze uitdrukking: 1,65
HL is 0,3 van 5,5 HL?
15. Schrijf in HL: 2,3 L; 0,03 L; I L.