Boekgegevens
Titel: Het kousenstoppen methodisch behandeld
Auteur: Willers, A.C.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202390
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kousenstoppen methodisch behandeld
Vorige scan Volgende scanScanned page
lijk iets bruikbaars voortbrer^^,: ,de inslag is niet zoo moeie-
/ 77,,
lijk, daar deze slechts ^nleiding geeft tot één tiïi^B^
opmerking, en wel deze: d^i^dra^j^'^s^nri^n inslag^j^i^^^n/
als de stop af is, wel eens aan o^n-Jjo^nkano..^^ de ge-
breide lussen afzakken, want de middelstesWi«<ingdj;aaen
zijn door den vorm van den hiel langer dan de buitenste.
Dit verhelpt men door boven den bovensten inslagdraad nog
een paar draden te leggen; deze extradraden liggen dan
eenigszins gebogen, maar dit valt niet in het oog.
Hiermede is het geheele stoppen behandeld en rest slechts
te bepalen, welke plaats het stoppen in de volgorde van het
leeren der nuttige handwerken moet innemen. Mijns inziens
moet het stoppen onderwezen worden , zoodra de kinderen
een kous kunnen breien; de volgorde wordt dan; breien,
stoppen, mazen, stukjes inbreien, hielen inbreien. Deze
volgorde heeft dan nog dit voordeel, dat de meisjes, die
slechts de 5 eerste klassen doorloopen, in staat zijn voor
heel breiwerk te zorgen, terwijl zij, als het mazen het
stoppen vooraf gaat, in de 5e klasse nog niet zoover gevor-
derd zijn, dat zij zonder hulp van den maassteek gebruik
kunnen maken.