Boekgegevens
Titel: Het kousenstoppen methodisch behandeld
Auteur: Willers, A.C.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202390
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kousenstoppen methodisch behandeld
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
De lengte van de schering- en inslagdraden moet altijd
langer zijn dan 't gat zelf. Men stopt minstens aan elke
zijde lo ä 12 steken door, daar de kanten anders dik wor-
den. Is de kous verder om het gat nog dun, dan kan men
het doorstoppen naar verkiezing verlengen.
Bij 't maken van een stop over minderingen wordt de
schering eenigszins moeielijker. Evenveel minderingen als
er gemaakt zijn, evenveel steken mist men aan de boven-
zijde van den stop; men moet dus evenveel maal in of naast
sommige steken tweemaal insteken, om de draden door te
laten loopen. Zoo men met deze extra moeielijkheid wacht
tot de kinderen keurig een rechten stop kunnen leggen, zal
men in één les het begrip van dit tweemaal insteken aange-
bracht hebben; begint men hier vroeger mede dan verwart
men de kinderen en heeft men zich een lang en moeielijk
werk op den hals gehaald. Na een stop over minderingen
kan men een gat in den kleinen hiel laten dicht maken,
wat in het dagelijksch leven het meeste voorkomt. Hierbij
loopt het fatsoen van de kous groot gevaar, want de min-
deringen liggen hier bijzonder dicht naast elkander. Het
komt mij daarom voor, dat het nuttig is het gat in den
kleinen hiel nog eens afzonderlijk te behandelen. Zoo men
op het raam van den hiel met de kinderen te gelijk de sche-
ringdraden legt, zullen ook de minder vlugge meisjes dade-