Boekgegevens
Titel: Het kousenstoppen methodisch behandeld
Auteur: Willers, A.C.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202390
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kousenstoppen methodisch behandeld
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
boven in het gat door de scheringdraden vastgehouden wor-
den. Daar boven deze lussen de eerste draad van den inslag
loopt, wijst de rechtliggende naald een van de vele plaatsen
aan, waar men in kan steken. Zoodra men dit door een
paar meisjes voor heeft laten doen, kan men met het door-
stoppen in de breedte, den inslag, beginnen. In een van
de plaatsen voor het gat, vroeger door de naald aangewezen,
wordt ingestoken en met de meisjes gaat men als in een
vorige les met één op, één neer voort tot de naald stuit
tegen de eerste lus; dan worden de steken vervangen door
de losliggende draden en de lussen, die door de schering-
draden gehouden worden, schuiven allen onder het weefsel.
Is men door de losse draden heen, dan stopt men verder
in de steken van de kous door. De moeielijkheden, die zich
hierbij voordoen, zijn: het vinden van dezelfde rij steken aan
de andere zijde van het gat en het steken onder en boven,
niet in de losliggende draden. Evenals bij de schering moet
men hier zorg dragen, dat de randen onder de inslagdraden
liggen, zoodat de stop als een netwerk boven op de kous
zichtbaar is. Heeft men met de inslagdraden het geheele
gat gevuld, dan eerst knipt men de draden af, die te kort
waren om er nog een keer mee door te stoppen, en die
daarom langs den buitenkant van den stop zijn blijven hangen;
de lusjes knipt men niet af.