Boekgegevens
Titel: Het kousenstoppen methodisch behandeld
Auteur: Willers, A.C.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202390
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kousenstoppen methodisch behandeld
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
gebracht. Nieuw, maar niet moeielijk is het, zorg te dragen,
dat de draden op den averechtschen kant gewerkt in het
gat aan den rechtschen kant bovenop liggen. Boven en onder
het gat moet dezelfde rij steken genomen worden; indien
men onder in een lus uitkomt, moet men boven naast de
lus insteken en omgekeerd. Over de opening komen de
draden naast elkaar, maar los, te liggen. Daar de kous
meestal rondom 't gat dun is, laat men de schering aan beide
zijden een goed eindje doorloopen. Door het met zorg be-
handelen van de twee voorgaande oefeningen, heeft men de
leerlingen zoo oplettend en zoo handig gemaakt, dat alleen
het insteken in en naast de lussen hare aandacht vordert.
Reeds de eerste stoppen zullen daar het kenmerk van
dragen, al is het zelfs van zeer nauwlettende meisjes niet te
vorderen, dat zij een eerste gat scheren zonder trekken. Men
zou dit kunnen voorkomen door 't gat op een zeiltje te
laten spannen of groote maasballen te laten gebruiken. Het
schijnt mij echter met het oog op het verder leven van de
meisjes wenschelijk, haar dadelijk te leeren zich te kunnen
behelpen.
Is de schering bij alle meisjes gereed, dan laat men op
't stopraam zoeken, waar men den inslag behoort te beginnen.
De stopnaald wordt rechthoekig op de lussen gelegd, die