Boekgegevens
Titel: Het kousenstoppen methodisch behandeld
Auteur: Willers, A.C.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202390
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kousenstoppen methodisch behandeld
Vorige scan Volgende scanScanned page
W7
lO
draad doorhalen, is het niet goed, dan herhaalt men het op-
nemen der draden tot alle meisjes het goed hebben. Even-
«oo doet men met de volgende draden.
Heeft men twee lessen met de kinderen mee eiken draad
gelegd, dan moeten de meisjes hare krachten alleen beproe-
ven. Het raam met de doorgestopte draden staat dan wel
als voorbeeld voor de klasse, maar de leerlingen werken
zelfstandig. Men begint het eerste doorstoppen naast het
naadje, omdat het recht blijven dan gemakkelijk is.
Kunnen de meisjes doorstoppen in de lengte van 't brei-
werk , dan leert men hen, ongeveer op dezelfde wijze het
doorstoppen in de breedte. Het eerste moeten ze niet alleen
kennen, om dunne plaatsen steviger te kunnen maken, maar
hebben zij later ook noodig bij 't maken van de schering.
Het doorstoppen in de breedte van 't breiwerk komt haar
bij 't maken van den inslag te pas.
Bij 't doorstoppen in de breedte stopt men tusschen de
rijen steken. De meisjes hebben hierbij soms de neiging om
de steken schuins op te nemen, dit komt, omdat ze dan
de naald evenzoo insteken als ze dat bij het doorstoppen in
de lengte gedaan hebben. Op 't eerste stopraam zijn beide
manieren aangegeven. Het spreekt van zelf, dat de onder-
wijzeres zorgt, dat die draden vóór de les uitgehaald zijn.