Boekgegevens
Titel: Het kousenstoppen methodisch behandeld
Auteur: Willers, A.C.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202390
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kousenstoppen methodisch behandeld
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ 2.
Het doorstoppen.
Men plaatst het raam met den averechtschen kant voor
de klasse en na een paar vragen als de volgende: Hoe
komt de kous dun, en waar gebeurt dit het eerst, laat men
nog eens een bepaalde rij steken boven elkaar aanwijzen.
Met een groote naald en dik rood katoen stopt men zelf
eenige draden voor en laat het daarna door de meisjes doen;
is de klasse te groot, dan laat men alleen de minst vlugge
op het raam werken. Aan beide zijden laat men kleine lus-
jes liggen; krimpt de wol of het katoen in de wasch, dan
zijn de draden nog lang genoeg, als men de lusjes doortrekt.
Men maakt er de meisjes opmerkzaam op, dat de rijen
steken bij eiken draad, dien men doorstopt, beurtelings moe-
ten blijven liggen. Het is zeer goed hierbij het vlechten in
herinnering te brengen, dat zij in een vorige klasse geleerd
hebben. De meisjes zullen dan zelf bedenken, dat de eerste
rij bestaat uit i op, i neer, i op, i neer, .... i op, i neer,
i op; de tweede rij uit 2 op, i neer, i op, i neer ....
i op, i neer, 2 op; dat de derde rij eene herhaling is van
de eerste rij, evenals de vierde rij eene herhaling is van de