Boekgegevens
Titel: Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Auteur: Wester, H.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9563
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202383
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Gij moogt wel bo ter en kaas op
uwe bo ter ham men heb ben , ant-
woord de zijn Ta der, maar slechts
wei nig, dan zult gij daar Tan niet
ziek wor den, maar het zal u lek-
ker sma ken en goed doen.
Uien moet ook ma tig zijn in het
spe len, niet te lang spe len , want
dan blijft men dom , om dat men
het lee ren Ter zuimt.
Ik leer al tijd en speel nooit, zei-
de Rees tot buur man, want mees-
ter heeft ge zegd, een kind mag
niet spe len.
Foei, sprak buur man , gij jokt
Rees, mees tei^ heeft ge zegd een kind
mag in de school' niet spe len.
Een kind mag spe len als het braaf
ge leerd heeft ^ een kind dat nooit