Boekgegevens
Titel: Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Auteur: Wester, H.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9563
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202383
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Men moet wan neer men ge Ie zen
heeft, al tijd dat ge ne ^ wat men
ge Ie zen heeft , be den ken en na-
den ken.
Die het ge ne, hij of zij ge Ie zen
heeft9 niet bedenkt en nadenkt^ zal
door het Ie zen niet wijs wop den.
Wie is wijs ? Wie is niet wijs ?
Wat is het te gen deel van jong ?
Wat is het te gen deel van oud ?
Wie noemt men dwaas ?
Wan neer men wat hoort of ziet ,
dan heeft zulks op ons ee nen in-
druk 5 dat men daar door dik wijls
op ge wekt wordt, om iets te doen,
of, dat men zich voor neemt, iets na
te la ten.
Door on ze zin tui gen kun nen
wij hooren, zien, smaken, ruiken
en voe len.