Boekgegevens
Titel: Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Auteur: Wester, H.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9563
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202383
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Het gras wordt frisch en lek ker
voor de hees ten, dat e ten de scha-
pen 5 en op het lig chaani de zer die ren
groeit wol, daarvan maakt men laken.
De koeijen eten ook gras, dan ge-
ven zij lekkere melk^ daar van krijgt
men bo ter en kaas, dan wor den
de koeijen vet, haar vleesch eet men,
van haar vel maakt men Ie der, en
van dat Ie der schoe nen en laar zen.
Als het dus niet re gen de, had
IHein tje geen eten, geen drin ken,
geen hemd, gee nen mooi jen rok,
gee ne beste broek, geene keurige
laar zen. Wel Hein tje! zei de de
va der, wenscht gij niet, dat het
nooit re, gen de.
Neen vader, zei de Heintje, ik
wist dat allemaal niet, maar als