Boekgegevens
Titel: Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Auteur: Wester, H.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9563
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202383
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
verscheidene reizen had overonder-
hou den, zei de hij te gen hare moe-
der, wij moeten die kleine dwing ster
straf fen, an ders zal zij het nooit
laten. Ik zal het met ge noe gen
zien, ik wensch te wel dat zij die
kwa de ge woon te ver an der de.
Toen liet hij ee ne sol da ten muts
ma ken, en riep zij ne doch ter
met de woor den , Reet! Reet!
Want Reetje wilde hij niet meer
zeggen, om dat zij zoo on deu gend was.
Toen zij ge ko men was, sprak
hij, om dat gij zoo kom man de ren
en vech ten kunt, ge lijkt gij veel
aan ee nen soldaten officier.
Gij moet die sol da ten muts in
huis op zet ten, en dan veer tien da-
gen daar me de loo pen; als gij dan