Boekgegevens
Titel: Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Auteur: Wester, H.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9563
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202383
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Vorige scan Volgende scanScanned page
II
deeg uit te lag clien , dat ze zoo be-
dot was.
Nu ja, zei Rees dat was goed om
een palt slaag te krij gen, of bij den
schout aan ge klaagd en weg ge-
bragt te worden. Neen, Roen tje!
die raad deugt niet.
Zoo, zoo sprak Roen tje, dan is
bel denr tje spelen, kwaad 5 neen
vriendje! dat vind ik slecht van u,
dat gij de men sehen plaagt.
Rom, kom, her vat te Rees, gij
hebt geen hart in het lijf, kwaad
doen is de groot ste pret
Maar de ge vol gen meest al bit-
ter, en daar om wil ik met u niet
naar huis of school gaan , sprak
Roen tje.
Net werd er ge beid, en er kwam
2