Boekgegevens
Titel: Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Auteur: Wester, H.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9563
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202383
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
hui zen, de boo men, ja met al les
wat op, of om de aarde is, mede,
en zoo kun nen wij het rol len van
de aar de niet zien.
Door het rol len van de aar de, komt
de dag en de nacht te voorschijn,
en ook de len te , de zo nier, de
herfst en de win ter.
Dat kunt gij nu nog niet goed be-
grij pen, lie ve kin de ren ! maar als
gij groo ter zijt en braaf op past,
dan zal ik het u eens dui de lijk
uit leg gen met die groo te bal, die
daar ginds in den hoek ligt.
Jon geus, riep, Rees kwaad doen-
der, wat heb ik gis te ren plei zier
ge had, toen ik uit de school kwam.
Wel, zei Roeu tje bedaard, wat
voor plei zier hebt gij ge had 5 als ik