Boekgegevens
Titel: Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Auteur: Wester, H.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1845
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9563
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202383
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleine lees-oefeningen, kunnende dienen ten vervolge op het vierde of laatste Spelboekje van H. Wester
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
Een heu ze lij ke sol daat mag kruid
bij zich heb ben, als hij te gen
den vij and staat , om hem dood te
schie ten , of om hem te ver ja gen.
Een heu ze lij ke sol daat mag ook
een blanke, scherpe sabel hebben,
om die lee lij ke vij an den, die ons
kwaad wil len doen, er den kop
me de af te hou wen.
Maar wij heb ben maar hou ten
sabeltjes, daar schermen wij me-
de, maar passen op, dat wij el kan-
der geen zeer doen , want wij zijn
goe de bes te maatjes, en geen
Tij an den.
Va der, moe der en mees ter zien
gaar ne dat wij eens spe len, maar
als wij niet leer den, zou den zij
het niet wil len heb ben.