Boekgegevens
Titel: Eerste leerboekje der aardrijkskunde voor de scholen; volgens de jongste bepalingen
Auteur: Wees, H.J. van
Uitgave: 's Hertogenbosch: J.J. Arkesteyn en zoon, 1856
5e herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9526
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202368
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste leerboekje der aardrijkskunde voor de scholen; volgens de jongste bepalingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
IJoogevccn , aanzienlijk vlek, in de veenen, met
kaloenweverijen, jeneverstokerijen , kalkovens en
andere fabrijken, handel in lurf, en 7,500 inw.
Voorts de dorpen: Smilde, enne veenkolonie,
met 3,800 inw.; Dalen, Rolde. Beilen, Zuid-
laren enz., henevens koloniën Frederiks-oord,
Wilhelminah oord en \eenhuizen.
4. Vr. Wal vindt men in deze provincie nog opmerkens-
waardig?
A. Men vindt in Drenthe op sommige plaatsen ze-
kere hoogten, onder den naam van Hunnebedden
bekend, welke men houdt voor grafgeslichten
van vroegere bewoners dezer streken.
NEGEN-EN-TWINTIGSÏE LES.
1. Vu. Wat zijn de grenzen van Overijssell
A. Overijssel grenst !en N. aan Drenthe en Fries-
land, ten W. aan de Zuiderzee en Ge/rfer/rtMrfl,
ten Z. aan Gelderland^ en ten O. aan Duitschland.
2. Vil. Welke is de grootteQr\ dezer provincie?
A. Deze prov. heeft eene uilfipstreklheid van 61 vierk.
Duitsche mijlen of 332,000 NederL bunders, en
eene bevolkmg van 222,000 zielen.
3. Vn. Welke wateren treft men in Overijssel aan?
A. Jn Overijssel heeft men: den IJssel de Overijs-
selsche Vecht, het Zwarte water, het Meppe-
lerdiep, het Zwolsche diep, de Willemsvaart,
de Dedemsvaarty deRegge, Dinkel, de Schip-
beek enz.
4. Vr. Hoe is er de luchls- en grondsgesteldheid!
A. De lucht is hier niet ongezond, hoewel aan de
zee <loorgaans vochtig; de grond is grootendeels
laag, in hot midden heuvelachtig en met hosschen
bezet, en bestaat uit zand-, klei- en veengrond.
5. Vr. Welke voortbrengselen heeft men er?
A. Overijssel heeft veel klein wild en gevogelle,
goede paarden, runderen en schapen; rogge, boek-
weit, haver, hout, turf en steenen.