Boekgegevens
Titel: Eerste leerboekje der aardrijkskunde voor de scholen; volgens de jongste bepalingen
Auteur: Wees, H.J. van
Uitgave: 's Hertogenbosch: J.J. Arkesteyn en zoon, 1856
5e herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9526
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202368
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste leerboekje der aardrijkskunde voor de scholen; volgens de jongste bepalingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Duilsche mijlen of 7200 uren gaans, en hare op-
pervlakte op 9,282,000 vierk. Duitsche mijlen (*).
5. Vb. Hoe verdeelt men den omtrek der Aarde?
A. Men verdeelt den omtrek der Aarde , gelijk ie-
deren anderen cirkel, in 360 graden; zoodat
ieder graad er de lengte op heeft van 15 Duil-
sche mijlen of 20 uren gaans.
ZESDE LES.
1.Vr. Heeft de Aarde ook eenige beweging?
A. De Aarde heeft tweederlei bewegingen: eene
dagelijksche en eene jaarlijksche beweging.
2. Vr. Hoe geschiedt de dagelijksche beweging der Aarde?
A. De dagelijksche beweging der Aarde geschiedt
om haar middelpunt of om hare as (**), in 24
uren, en veroorzaakt de afwisseling van dag en
nacht.
3. Vb. Loopt de Zon dan niet om de Aarde ?
A. Neen ; maar daar de Aarde zich steeds van het
W. naar het O. om hare as beweegt, zoo schijnt
het ons toe, als of de Zon van het O. naar het
W. om de Aarde loopt, en zoo zien wij dagelijks
ook schijnbaar de Zon in het 0. opkomen en in
het W. ondergaan.
4. Vr. Hoe geschiedt A& jaarlijksche beweging der Aarde?
A. De jaarlijksche beweging der Aarde geschiedt,
(*) Eene Duitsche of Geographische mijl is eene lengte
van l'/, uur gaans of 7407,4 Nederl. él; eene vierk.
Duitsche mijl is eene vierk. uitgestrektheid , die eene
mijl lang en breed is, en staat gelijk met nagenoeg
5487 Nederl. bunders.
(**) De as der Aarde is slechts eene denkbeeldige lijn,
welke wij ons voorstellen, van het N. naar het Z. door
het middelpunt der Aarde te gaan, en om welke zij zich,
even als om eene spil draait. De uiteinden dier lijn
worden aspunten of polen genoemd.