Boekgegevens
Titel: Eerste leerboekje der aardrijkskunde voor de scholen; volgens de jongste bepalingen
Auteur: Wees, H.J. van
Uitgave: 's Hertogenbosch: J.J. Arkesteyn en zoon, 1856
5e herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9526
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202368
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste leerboekje der aardrijkskunde voor de scholen; volgens de jongste bepalingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4. Vb. Hoe behoort men eene kaart, bij het gebruik ,
altijd te plaatsen ?
A. Ten einde een juist denkbeeld van de ligging der
landen, plaatsen enz. te verkrijgen, behoort men
eene kaarl, by het gebruik, altijd zoodanig te
plaatsen, dat de streken met de ware streken
der Aarde aan den gezigleinder (*) overeenkomen.
OVER DE AARDE IN HET ALGEMEEN.
VIJFDE LES.
J. Vr. Welke gedaante heeft de Aarde ?
A. De Aarde heeft eene bijna bolronde gedaante;
van daar, dat zij ook wel aardbol genoemd
wordt.
2. Vr. Waarom zegt gij bijna bolronde gedaante ?
A. Omdat de Aarde niet volmaakt bolrond is; zij is
lan twee tegen eikander overstaande zijden (naar
het N. en Z.) eenigzins afgeplat of ingedrukt, en
om haar midden iets dikker of verhevener.
3. Vr. Waaruit weet men, dat de Aarde eene bolronde
gedaante heeft?
A. Dat de Aarde eene bolronde gedaante heeft,
blijkt, onder anderen, bij de opkomst en den
ondergang der Zon, bij de maansverduisteringen
en uit de reizen rondom de Aarde.
4. Vr. Hoe groot is de Aarde ?
A. Men rekent den omtrek der Aarde op 5400
(*) De Onderwijzer verklare, wat men door gezigl-
einder {horizon) verstaat.