Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^c^ 80
A, Afhankelijke Pronoms zijn die, welke altijd
met een werkwoord of met een Subftantif moeten ver-
zeld ziÏB, daar zij op fteunen, als: Je park, tu
dors, il court, âfc. Mon Livre, ce Cheval, ^v.
37. V. Wat ziin onafhankelijke Pronoms ?
A. OnafhankeJijkei'röwwi zijn die, welke op zich
zclven, en alleen, zonder bijvoeging van een ander
woord, beftnan, als: Qui a fait cela? moi. Lequel
est ce ? le mien. Quel Cheval est ce ? celui ci.
38. V. Hoe vele iborten van Pronoms zijn er ?
A. Zevenderki, als: 1. Perfonels. II. Posfcsftfs.
111. Demonjlratifs. IV. Interrogatifs. V. Rélatifs,
\l. Les partieuUs rélatifs. "Vil. indéfinis.
^ 39. V. Wat zijn Pronoms perfonels of perfoonlijkc
voornaamwoorden?
A. Pronoms perfonels zijn die, welke een perfooti
^nduiden. Deze perfonen zijn driederiei, zoo fin-
gulier, aïs plurier.
40. V. Welke zijn de drie perfonen fingüliers ?
A. De 1. die, welke fpreekt: Je of moi.
De II. die, daar men tegen fpreekt : Tu óf toi.
De m. die, daar men van fpreekt: //, on of elle.
41. V. Welke zijn de drie perfonen/»/«wr ?
A. De I. die, welke fpreken : Nous.
De II. die, daar men tegen fpreekt : Fous.
De 111. die, daar men van fpreekt : Ils, euxoî elles.
42. V. Wat zijn Pronoms profesfifs of bezittende
voornaamwoorden?
A. Die, welke de bezitting aantoonen , zonder den
bezitter te noemen, als: Mon Livre, ma Plume,
ton Pere, ta Mere, fon Frere ^ fa Soeur, notre Mai-
fon, votre Chapeau, leur Papier. Voor 't plurier
zijn, mes, tes , fes, nos, V9s, leurs.
—« 43. V. Wat zgn Pronoms demonfiratifs oî zsïwcïi'
.zende. voornaamwoorden ?
A. Die, welke eeue zaak duidelijk en naa'uwkeu«