Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
fcbrijven aan mijnen Heer Nolet, te Rotterdam.
gij te Londen geweest ? Londen ic eene groote
welbevolkte fiad. Mijn heer Martin is gister geko-
meii van Parp. Kent gij reijnen heer Davids, te
Brusfel? Wie is die, heer daar ginds? Het is een
Engelschman. En die andere is een Franschman.
Hij gelijkt wel een Brabander; maar hij draagt het
kleed van eenen Hollander. Ik heb gister eenen Sa-
voijaard gezien, die eenen vos aan eene ketting had,
6. Een goede raad is beter, dan honöerd handen.
Een befluiteloos mensch is als een fchip zonder roer.
Een hartstogt, die wrij niet overwinnen, is als eene
ïBug, die zoo lang om de kaars vliegt, tot dat zij zich
verbrandt. Een verflandige vijand is beter, dan een
domme onkundige vriend. Ziet daar aan het einde
van de ftraat eene Jodin met hare kantedoos. Zij
is geen JodiB , het is eene burgervrouw, die hier
woont. Is dat eene Engelfche mevrouw, die daar
aankomt? Ik geloof het niet; zij gelijkt wel eene Fraa-
fche te zijn. Ik tk alle dagen eene Brabandfche vrouw ,
die in dat huis komt» Het is eene koopvrouw uit Ant-
werpen. Ik heb dezen morgen eenen man ont-
moet, die mij, onder anderen, verhaalde, dat de
vijand een groot verlies had geleden; drie hunner
veldoverften , zegt men, zijn gevangèn gemaakt.
Zoudt gij aan die tijding geloof flaan ? Gij hebt daar
'een fraai kleed. Het is een Zondagsch pak van een zeer
duur laken. Maar de knoopen fchijnen mij wat klein.
De knoopen van zulk een kleed moeten niet grooter
zijn.
7. Brood is eene hoognoodige zaak voor den mensch.
Wijn verheugt 's menfchen hart. Water is de gemeen-
fle drank. Geef m^ een ftuk brood, ik zal u een
glas water geven. Geef mij liever een mengele bier.
Men heeft gemaakt eene houten brug over den Am-