Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
11. V. Wat is de Datif P
A. Als men vragen kan aan wien? aan wnt? waar
aan? waar heen? à qui? à quni? »ù? Als: Ik h'b
uwen broeder eenen brief gefchreven, y ai derit une
Lettre à votre Frere. Geef den jongen dat b»eky
Donnez ce Livre »u Garçon. Donnez ce Livre, A
qui ? au Garçon. Ik ga naar de markt, Je vais
au. Marché. Je vais P Ou ? au Marek/f.
12. V. Wat is de Accufatif?
A. De Accufatif antwoordt altijd op de vragen
vien? of wat? qui? ou quoi? anders, de Accufatif
wordt geregeerd door een werkwoord, en drukt de
lijding van een perfoon of zaak uit, als : Ik heb de
Boeken gezonden, ^ai envoyó les Livres, y ai en-
voyé, ^uoi? les Livres. Ik heb uwen Broeder ge-
zien, J'ai vu vat re Frere. J'ai vu, Qjii? v»tre
Frere, Les Livres & votre Frere worden »iet gere-
geerd door de werkwoorden envoyer en voir, en zijn
beide lijdende.
13. V. Wat is de Ablatif?
A. De Ablatif antwoordt altijd op de vragen van
wien ? van wat ? van waar ? wasr van daan ? waar-
door? de quoi? d'où? far où? Verders, de Ablatif
wordt geregeerd door 't werkwoord, als : De knecht
werd van den Meester geflagen, Ie valet fut battu du
Maitre. De zoon wordt van de Moeder bemind, Ie
Fils est aimé de la AI ere. Ik kom uit dc flad, Je
viens de la yHle. Le Fils est aimé. De qui? de la
Mere. Je viens, D;CÙ? de la ville. Maître,
Mere, Ptlle, worden geregeerd van de werkwoor-
den , battre, aimer en venir. •
J4. V. Wat is de Vocatif?
A. Aïs men iemand aanfpreekt, als: Mnn Feer!
zoudt gij willen de goedfmdhebben? &c. Monfieurf
voudriez vtus avoir la bonté, &c. Hemel, gtj ziu
het en gij duldt ha ! Ciel l tu le vois ö* tu le fcf'