Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
de naar den edelman, die naast haar zat, dronk zij
pp de gezondheid van alle afvvezende vrienden, en
bijzonderliik op die van mylord D ....
132. Filip de 11., koning van Spanje, wandelen-
de in de zaal van het klooster van het Escuriaal, trad
een reiziger, die de deur open vond , binnen ; en in
verwont'ering opgetogen zijnde over de kostbare
fchilderijen, waarmede de zaal veriierd was, vervoeg-
de hij zich bij den koning, dien hij voor eenen der kloos-
terdienaars aanzag, en verzocht ham, om hem de
fchilderijen te toonen en dezelven uit te leggen. Filip
geleidde hem door al de vertrekken, en voldeed in
alle opzigten aan den wensch des vreemdelings. Toen
deze zou vertrekken, nam hij Filip bij de hand, en
die hartelijk fchuddende, zeide hij; ik bedank u zeer
voor uwe beleefdheid, ik woon te St. Martin, ea
mijn naam is Michicl Bombis; als gij dien weg uit-
komt, en bij mii wilt intreden, ik zal u een goed
glas wijn fchenken. Mijn naam is Filip de II., zei-
de de koning, ik verzoek u insgelijks bij mij op een
goed glas wijn, als gij te Madrid komt.
133. Een zeker geneesheer uit het koffijhuis ko-
mende , vond aan de deur eenen onbefchaamden apo-
theker, die hem vijf guinea's ter ken vraagde. Hoe,
zeide de geneesheer, ik ben zeer verwonderd, dat
gij van mij die fom ter leen vraagt, daar ik u niet
ken, en niet eens mij weet te herinneren, u ooit ge-
zien te hebber. Ha, antwoordde de apotheker, dat
is juist de reden, waarom ik het aan u vraag; want
die mli kennen, zullen mij nooit eenen penning le-
Tien. Dan zal het best wezen, hernam de genees-
heer, mij te gelaten, als of ik u bijzonder wel kende.
134. Eene jonge jufvrouw, welke van het land
was gekomen, vond zich in zeker gezelfchap te Lon-
den, in het welk zich ook bevond zeker jong heer,
JVtfi/ï geHoeiad, Deze, met de jonge Juf^vrouw ecu