Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Hebt gij het antwoord op den brief van mijnen heef
N ? De boozen i;unnen niet regt gelukkijj zijn. De
Itoutfte van den hoop ondernam de zaak, en voerde
ze gelukkig uit. De fleclufte van allen is nog veel te
goed voor hem.
4. De koning van Pruisfen heeft gevoerd den oor-
log tegen magtige vijanden. De Romeinen voerden
eenen gevaarlijken oorlog met Pyrrhus, koning van
Epirus. Het,hart des nijdigen is gal en bitterheid ,
het geluk van zijnen naasten ftoort zijne rust. Wij
fpreken van den koning, en gij fpreekt van de ko-
ningin en van den zoon des gezants. De gehoos-
de heeft regt, zich te beklagen. Men fchrijft Duitsch-
land de vinding toe van de drukkonst. De Lucretia's
worden in al de eeuwen niet weêrgevonden. Ik zie
dikwijls i^en broeder des koopmans,. van welken gij
mij geCproken hebt. Hij heeft gemaakt alle zijne goe-
deren aan de kinderen van den marquis van St. Omer*
Ik heb vele brieven te i'chrijven aan de kooplieden.
Mijn heer Durant is een zeer gegoed man. Hij woont
thans te Nantes. Elk fchrikt op het hooreii van het
woord vergijt; maar de woorden eten en drinken doen
niemand vreezen: ondertusfchen lltept onmatigheid
duizendén van menfchen in het graf, terwijl er van
de tienduizend naauwelijks een door vergift omkomt.
5. Pleter heeft mij gebragt den brief van mijnert
heer Matthijs. Cefar bragt de Gaulen onder; zijne
ftaatzucht had geen palen. De wreedheden van Ne-
ro zijn verfchrikkelijk. Seneca verloor het leven doof
het bevel van Nero. Caligula werd door de Room«
fche Raadsheeren, bij herhaling, verzocht, naarR.C"
me te komen. Ik zal komen ^ ik zal komen ^ zeiiiè
hij, en deze met mij, flaande tevens op zijnen degen«
Men ziet i« Amflerdam dikwijls eene ontelbare mt-?
nigte van fchepen. Ik zal vati avond eenen btiüf
A3