Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
noodwendigheden wel voorzien, en in ftaat was om
eene kloclimoedige \erdediging te doen? en kreeg dit
antwoord: ,, Ga gij maar gerust heen naar uwe be-
,, legering van üftende, ik weet mijnen pligt, en
„ wat ik tot befcherming van den mij aanbevolen
„ post te doen heb; en ik verzeker u, al kwam de
5, vijar.d met vijftig duizend duivels, dat hij mij uit
„ deze ftad niet zal jagen." Ondertusfchen werd de
Ilad belegerd, en naauwelijks waren er drie kanon-
fchotep gedaan, of de held gaf zich over. — De dap-
perheid van dezen held zou men op dezelfde wijze
kunnen befchriiven, als de heldhaftigheid van eenen
anderen van deaelfde waarde. Deze, zijnen vijand
in 't gezigt gekregen hebbende, raakte aan bet woe-
den van gramfchap, rukte van leór, en zijnen vijand
al vloekende met den dood gedreigd 'hebbende, zet-
te hij het fchielijk op een loopen.
121. Men verhaalt van den generaal Bellings in
Pruisfifchen dienst, doch die onder dehierevengemel-
de helden niet moet gefteld worden, dat, toen hij
met eenige troepen te Stargard ftond, het hem in
den zin kwam , om de Zweeden , in Nieuw - Bran-
denburg, in hiinnen middagmaaltijd te ftoren. Hij
trok derwaarts op, en kwam tegen den middag voor
de poerten van Nieuw-Brandenburg, daar hij de
Zweedfche voorposten verontrustte. De kuiterij trok
uit de ftad, en Belling week met zijné huzaren te
rug, die met de Zweedfche ruiters in het veld herom
joegen, dan de Zweeden aanvallende, dan weêr op
de vlugt gaarde. Dit fpel duurde tot des namiddags
vijf uren, terwil de Zweedfche bezetting in Nieuw-
Brar,denburg al dien tijd in de wapenen had moeten
blijven , of zij misfchien tot onderfteuning der ruiterij
vereischt vvierd. Doch zand eenen trompetter,
en liet de heeren Zweeden fmakelijk eten wenfchen; zij
zouden nu, zeide hij, geen gevaar loopen van den mond