Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
van geftaite, maar ook zeer gerimpeld was. Gelijk
nu deze menfchen gemeenlijk het vermrak van ande-
ren zijn , en dikwijls ten l'pot gehouden worden , was
er een van 't gczelfchap, die zeide: wat behoeven
wij te vreezeii? hebben wij niet eeöen Samfon onder
ons, die alleen een geheel Turksch leger kan verflaan?
Dit zeggen verwekte een groot gelach ; manr 't dwerg-
je bedacht zich niet lang, en zeide: gij hebt gelijk,
mijn heer! en ik ben bereid om te toi^nen, dat ik
waarlijk een Samjon ben, als gij mij maar een uwer
kakebeenen wilt lenen.
119. Een Spanjaard, die eene fchets wilde geven
van de gruwelijke llagting, die hij voorgenoHien had,
aan te repten in eenen veldflag, die 's anderen daags
ftond te gefchieden, zeide: ,, Ik wil, dat het getal
,, der genen, die myne hand zal doen fterven, zoo
„ groot zij, dat men, in de plaais van dezevaleije,
,, eenen hoogen berg van doode lijken zal aaiifchou-
,, wen, zoo dat de zon, ziende eenen hoogen berg,
„ in de plaats van eene lage vlakte, zal gelooven,
„ van haren gewonen weg afgedwaald te zijn. Ik
,, wil, vervolgde hij, dat de hier om heen ftaande
„ bloemen in beken van bloed zullen zwemmen,
„ en het kruid der aarde, dat door mijne voeten ver-
„ treden wordt, alleen reden zal hebben, om zich te
„ verheugen in de algemeene ellende , omdat het
„ reden zal hebben, met de goudsbloemen om de
,, fchoonheid van kleur te twisten, dewijl zij, tot
,, fpijt van Aurora, die, door geweld van tranen,,
„ haar groen heeft doen voortkomen, rood zullen
„ blijven. "
uo. Bij de voorgaande fnörkerije kan men voegen
die van den gouverneur van Sluis. Deze Had werd
door prins Maurus van Oranje met eene belegering
gedreigd. De Marquis de Sfinola , daar de lucht van
hebbende, vroeg aan deu gouverneur, of hij van