Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
6o
't geenen naam te geven, en fchreef derhalve, neg
ccn boek, -waar van '/ begin aan V einde ftaat,
112. Eenige fnaken, zich in de Amfterdamfche
fchuit bevindende, met voornemen eenen-vriend op
zijne buitenplaats te gaan bezoeken, en zich eenige da-
gen aldaar te verlustigen, hadden, zoo wel om de
klucht als ora onbekend te zijn, malkanderen, in de
plaats hunner, eigen namen, de namen van aller-
hande dieren gegeven, als Wolf, Beer, Leeuw, Tij-
ger ^Vos, Eenhoorn enz. De fchipper, die deze
fnakerijen eenen tijd lang aangehoord had, barstte
eindelijk uit in lagchen; en, naar de reden gevraagd
zijnde, 'zeide bij: ik lach, om dat mijne fchuit de ar-
ke Neachs geworden is, daar men reine en onreine
dieren in vind. Deze vrolijke gasten ten laatften bij
hunnen vriend gekomen zijnde, alwaar zg voor eeni-
ge dagen meenden te ankeren, verhaalden,onder een
pijpje, dat zij onderweg eenen fraaijen tuin gezien
hadden voor eene buitenplaa's. De vriend antwoord",
de hier op: Als gij van avond naar huis keert, ziet
een weinig verder aan de overzijde, daar kunt gij er
eenen zien, die veel fraaijer is.
113. Zeer groot was de ftandvastigheid van den
hertog van Saxen, ten tijde als hij door den keizer
Karei den F. gevangen was. De keizer, hem in zijn
geweld hebbende, zocht hem te bewegen tot afftand
van 't hertogdom Wiirtemberg, en deed hem , bij
nadere weigering, met den dood dreigen; waarop de
hertog zeide: Ztjne maiefteit kan met mijn ligchaam
doen, al wat hij wil; maar hij is niet magtiggenoeg,
om eenige vreeze in miin hart te verwekken. En hij
toonde ook met der daad dezelfde gelijkheid des ge-
moeds, die bij met zijne woorden had uitgedrukt;
want als hem het vonnis des doods werd aangekon-
digd , zeide hij tegen den hertog Ernst van liruns-
vijk, die met hem ®p het fchaakbord Tpeelde, zoa-