Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
het niet eens worden, willende de een dien, en de
ander dezen. Einaelijk rtelden zij het verfchil aan
eenen fcbilder, opdat hij er eenen naar zijne gedach-
ten zou kiezen, en verzochten hem met een, dat hij
zoo goed wilde zijn, hunnen toekomenden befchuis-
hcer op een blad papier te rchetl'en. Deze, zich lang
genoeg bedacht' hebbende, teekende hun den bakker
van Pharao , zegg ende: dit voorbeeld kan u hevrij'
den, in 't toekomende het brood te ligt te bakken.
110. Hendrik de IF. gaf een bal aan de voornaam-
fte perfonen van zijn hof. Eene dame van hooge
jaren, en die vrij mager en dor geworden was, ver-
fcheen op hetzelve in een kostbaar groen gewaad.
De koning haar ziende naderen, trad naar haar toe,
en zeide: ik heb u veel verpligting, mevrouw! de-
wijl gij, om mijn gezelfchap te vermaken, medebrengt
al wat rijp en groen is. Laurens de Medicis zag ee-
nen (ludent die fcheel zag, en daar by ' dat veel-
tijds zamen gaat) zeer houvaardig was, waar op hij
zeide: deze zal een geleerd m.an worden; want hij
kan met'eenen opllag van 't oog beide de zijden van
't boek zien.
111. Drie afgevaardigden der (laten van Bretagne
kwamen om eene aanfpraak aan den koning Lodcwijk
den XIII, te doen; een bisfchop, die de eerde in
de commisfie was , had zi^"^ aanfpraak vergeten , en
bleef ftaan , zonder een woord te fprekèn ; een edel-
man, die de iweéde was, geloovende, dat hij ru ver-
pligt was, te fpreken, begon met eene luide (lemme
aldus: Sire! mijn grootvader, mijn vader en ik ziin
allen in uwen dienst gefiorven. Vertrek , zeide de
koning, ik hoor geen aanfpraak van donden. Een
Hionnik, die boekbewaarder vsn zekeren vorst gewor-
den was, werd belast eene lust te maken van de
botken, die onder zijn opzigt gefield waren; maar
eca hebrecuw&cb boek iu handen krijgeade, wist bij