Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
worden geprezen tweemaal. De koning, de konm-
gin en de gezant gaan naar Verrailles. D^ eiken-
boom groeit fchier overal, behalve in droogen zand-
grond , in moeras, en op fteenklippen. De eike,
die nu zijne takken tot den hemel uitbreidt, was te
voren flechts een eikel in het harte der aarde. Een
koning, die het regt niet handhaaft, is onwaardig
de krosn, die hij draagt. De grootfte zarg eens ko-
nings moet zijn, gelukkig te maken een volk, dat
hij regeert. Het betaamt eenen onderdaan, den vorst
te gehoorzamen, be boozen hebben eene natuurlijke
geneigdheid tot het kwaad. De zee, die Siciliën van
Italiën fcheidr. Dè landfchappen, die van Frankrijk
af hangen. De goede redenen, welken hij bijbragt,
ovtnuigden hem ganfcheliik. De kwaadfprekende of
lasterende tong is een zwaard , hetwelk , met eenen
flag, er drie doodt: zich zelve, den beleedigden en den
toehoorder.
2. Wij moeten eene neiging in ons vinden tot de
deugd. De oorlog is het verderf en de ondergang
van een volk. De koningen moeten regt doen den
onderdanen. De jonge lieden zijn den ouden eer
en hoogachting fchuldig. De eenzaamheid maakt ons
los van de vermaken. De taal van een zedig mensch
geeft luister aan de waarheid, en het mistroHwen op
iijne woorden ontfchuldigt zijne dwaling. De wijzen
verachten de rijkdommen. Eene deugdzame vrouw
is het fierfel harer kunne. De zedigheid maakt eene
dcxhter beminnelijk. De waarheid ontdekt zich vroeg
pflaat. Het geloof, de hoop en de liefde zijn christe-
liike deugden De verfchooning, die hij bijbrengt, is
riet aannemelijk. De fchoonheid eener vrouwe is
voorbijgaande. De helden denken aan het gevaar
riet, dan wanneer het voorbij is. De Engelfchen
«uilen nog lang aan den flag van Doggersbank denken.