Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
kiezen, daar zij, volgens hunne natuurlijke gefield-
heid, het beste bekwaam toe fchijnen, leert ons
het volgende. Een man had drie zonen en wist
niet, vrat hij er van zou maken, vraagde derhalve
raad bij eenen goeden vriend, die hem ondervraagde
wegens zijne zonen. De vader zeide; de oudfl? kan
tamelijk wel praten, en nog beter liegen. Maak daar
eenen advokaat van, zeide de vriend. De tweede is
fterk en kloek van ligchaam, houd meer van vechten
dan van eten. Maak daar eenen krijgsman van, ant-
woordde de vriend daar op. En de derde is een hal-
ve gek, zeide de vaJer, wat daar dan meê gedaan?
Daar kuat gij niets beter van maken, hernam de
vriend, dan eenen medicijnen doftor. En dus had
elk zijn beroep (naar het oordeel van dezen vriend)
zoo als'het best met elks aard overeenkwam.
105. Keizer Kard werd van een' Spaansch heer,
die maar weinig lands op de grenzen van Portugal
bezat, 001 eene gunst verzocht, die de keizer voor-
nemens was te weigeren: Zijn hofnar dit hoorende,
?eide: ik zou uv/e majefteit liever raden, hem zijn
verzoek in te willige»; want, zoo de man kwaad wordt,
zal hij migfchien zijn land in eene mande pakken,
en loopen er mede naar Portugal. Een prins, wiens
ftaten niet zeer aanmerkelijk waren, deed eene ftad
van zeer groote uitgeftrektheid ongemeen fterk ma-
ken ; de beroemde Machiavel zeide daar van: deze
vorst mag alle zijne onderdanen daar wel in bezet-
ting leggen.
io!5. Als keizer Karei de V. naar Weenen ging,
om het klooster der Dominikanen te gaan bezigtigen ,
ontmoette hem op den weg een boer, dragende een
fpeenvarken, dat met zijn gefchreeuw den keizer zoo-
danig verveelde, dat hij den boer vraagde, ofhiinooit
geleerd had, een varken te doen zwijgen ? Neen,
xeide de boer, ui zijne eenvoudigheid; maar ik wÜ-
D 5