Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^^ 54
ma«rden hertog van Monmouth. Deze veroordeeld
zijnde otn onthoofd te worden , en op het fchavot ge-
komen zijnde, werd hij door denbisichop , die in deze
omflandigheden bij hem was, verzocht, om belijde-
nis te doen van zijne fchuld, en het kroonregt van
Jakob den II. te erkennen; doch deze groote man ,
zich niet fchuldig bevindende aan eene misdaad, den
dood waardig, antwoordde: Mylord, ik ben geko-
men y om hier te fterven. Het is altijd geen ongeluk
in ongunst gevallen te zijn; er zijn gelegenheden,
waarin de ongenade ten minfte zoo veel luister bij-
zet, als het hoogfte fortuin.
97. Zeker prediker was aan twee hovelingen eenen
trek fchuldig, dien hij hen niet wel kon betalen, tot
dat de gelegenheid zich dus opdeed. De vorst was
in de kerk gekomen met die twee hovelingen, en zat
in een geftoelte tusfchen hen beiden. De prediker,
handelde van de kruifiging van Christus, voer met
eene hevigheid, z^ne oogen en de hand naar den
vorst gekeerd zijnde, dus uit: Ach heerl moet ik u
heaen tusfchon twee fchetmen aan/chouwen P Dit was
zeker zoo kwalijk niet bijgebragt. La Fontaitie heeft
in eene zijner fabelen gezegd: tiet is een dubbel
vermaak, den bedrieger te bedriegen. Dit is waar:
maar 't is een dezer vermaken, die een eerlijk man
zich niet bewilligt.
98. Het geen een mank man zeide, vmden wij 0-
veraardig. In eene herberg gezeten zijnde, en een te
Parijs gebrandmerkte kwakzalver met hem in verfchi'l
rakende , zeide deze, dat het fpreekwoord te regt
zeide , dat zij niet veel deugen, die ygn den hemel
geteekend zijn. De manke had zijn woord klaar, en
zeide Dat is waar; maar het is ook niet minder
waar, dat die neg erger zijn, die door den beul ge.
tcekend zijn. Dit was wel met gelijke munt betaald.
De menfchen berispen 200 fcherpelijk de zwakbeues