Boekgegevens
Titel: Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Auteur: Winkelman, O.R.F.W.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1817
9e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9484
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202361
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Themata of oefeningen over de verscheiden rede-deelen, volgens de woordschikking der Fransche tale: waar achter gevoegd zyn algemeene grond-regelen dier tale, voorgesteld in vragen en antwoorden, geschikt voor Fransche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
5a
zoti ik niet vergenoegd zijn ? Het ambt maakt
„ den man niet aanzienlijker , noch eerenswaardi-
„ ger; maar de man moet het ambt, door eene goe-
„ de waarneming van hetzelve, aanzienlijk en geëerd
„ maken." Dewijl het niet van ons afhangt in voor-
fpoed te leven, en het in ons vermogen is, roet ge-
duld de tegenfpoeden te dragen , fchikt de wijze zich
naar de omwentelingen van 't ondermaanfche.
91. Veracht geen mensch, die minder is dan gij;
hij is immers een mensch , het edelfte fchepfel Gods,
al is hij uw dienaar; het geheele onderfcheid beftaa^j
alleen daar in, dat hij voor eenen korten tqd, op het
tooneel der wereld, benevens u, eene rol moet fpe-
len , op welke de aanfchouwers zoo zeer geen acht ge-
ven , doordien hij dikwijler voor den dag komt, en
noch door welklinkende titels, noch door prachtige
kleederen eenig aanzien maakt; hoewel het zijn kan,
dat hij zijne perfonaadje beter fpeelt, dan gij de u-
we. Weshalve de beste raad is, met hem te han-
delen zoo als gij zoudt wenfchen, dat men met u han-
delde , als gij zijne kleederen aan hadt.
93. i)/on, een nabellaande en ftaatsdienaar van
Dionyfius, tiran van Syracufen, had zich, om zeke-
re reden, uit Sicilien begeven, doch zijne familie
ten hove gelaten. De koning, zich aan hem over ee-
ne aangedane beleediging willende wreken, trachtte
den eenigen zoon "van Dion door eene onordelijke
levenswiiize tot eenen grooten booswicht te maken.
Hij verzorgde hem derhalve een gedurig wellustig
leven. De goddelooste fielten befchikte hy hem tot
zyne makkers. Dit duurde zoo lang, tot dat Dion,
zijn vader, weder te huis kwam. Men kan eens den»
ken, hoe zeer deze fchrandere en deugdzame llaats-
man die verfoeijelijke verwaarloozing van zijnen zoon
ter harte genomen heeft.
94, Dion ftelde alle middelen in 't werk, om den